Liturgie DV 1 Maart, morgendienst

Psalm 25:7
Psalm 66:10
Lezen Jesaja 53
Psalm 63:1, 2, 3
Psalm 139:14
Psalm 35:1
Psalm 132:5, 9, 10, (12)
Psalm 72:11

De Knecht lijdt plaatsvervangend
1. Hij mijn straf
2. Ik Zijn vrede

1. Luther sprak over een zalige ruil. Kijk eens naar de twee punten en leg uit wat Luther bedoelde.
2. Over welke straf gaat het? Wat wordt met vrede bedoeld?
3. Wat wordt er aan het avondmaal uitgedeeld? Hoe heeft dat te maken met de straf en vrede?

 

Liturgie DV 1 Maart, middagdienst

Psalm 19:1
Psalm 81:12
Lezen Jesaja 49:14-26
Psalm 103:5, 6, 7
Psalm 119:29
Psalm 33:10

HC 9, Het geloof in God de Vader
1. Vindt haar grond in Christus
2. Erkent Hem als de Almachtige en de Schepper
3. Verwacht van Hem alles

1. Het gaat hier over het hebben van een Vader in de hemel. Voor wie geldt dat deze Vader hún Vader is?
2. Wat wil het zeggen dat God de Almachtige is? Hoe zijn de hemel en de aarde ontstaan? Wie bestuurt alles?
3. Welke rijkdom heeft Gods kind? Zet het eens op een rijtje wat er in de catechismus staat. Wat wordt met jammerdal bedoeld?