Liturgie DV 30 november, morgendienst
Psalm 89:9
Psalm 146:1
2 Samuël 23:1-7
Psalm 72:1, 2, 3
Psalm 84:5
Psalm 85:4
Davids Advent
1. De vastheid waarvan hij getuigd
2. De heerlijkheid waarover hij spreekt
3. De troost die hij ondervindt
Vragen
1. Wanneer is David gezalfd? Wie heeft dat gedaan en Wie gaf de opdracht om dat te doen? Is David alleen koning geweest of had hij ook een ander ambt? In David zien we een afbeelding van de Messias. Noem eens een paar overeenkomsten.
2. Over Wie gaat het in vers 3b-4. Wat betekent ‘een Rechtvaardige’? Wat wordt bedoeld met ‘de vreze Gods’? Op welke manier zien we deze dingen terug in de Heere Jezus Christus?
3. Kon David trots zijn op zijn leven? Waarom kon hij dan toch met een gerust hart sterven? Wat wordt bedoeld met ‘een eeuwig verbond’?
Liturgie DV 30 november, middagdienst
Psalm 103:10
Psalm 81:12
Lezen Daniël 2:26-45
Psalm 145:2, 4, 5
Psalm 46:3
Psalm 48:4
HC 48, Een adventsgebed
1. Om de komst van Gods Koninkrijk
2. Om de bewaring van dat Rijk
3. Om de volkomenheid van dat Rijk
Vragen
1. Wat bedoelen we met het Koninkrijk van Gods macht? En wat met het Koninkrijk van Zijn genade? En wat met het Koninkrijk van Zijn heerlijkheid?
2. Een Koning bewaart zijn rijk. Hoe doet Koning Jezus dat? Wie is altijd aan het proberen de rust in het Rijk van Koning Jezus te verstoren? Hoe doet hij dat?
3. Wanneer is de volkomenheid van dat Rijk (wanneer is het af)? Wie krijgt dan alle eer?