Liturgie DV 15 Februari, morgendienst

Psalm 118:8
10 G.D.H.:9
Lezen Jesaja 52
Psalm 40:3, 4, 5
Psalm 22:14
Psalm 69:14

De Knecht des HEEREN
1. Hij is zeer verhoogd
2. Nadat Hij Zich diep vernederde
3. Zo wordt Hij gepredikt

1. Waarom wordt de Zoon van God Knecht genoemd. Wat wordt er allemaal gezegd over de Knecht (lees ook Jes. 42, 49, 50 en 53)?
2. Jesaja spreekt eerst over de verhoging van de Knecht, daarna over Zijn vernedering. Waarom zou hij dat doen? Waaruit blijkt in de tekst Zijn vernedering? Waar was dat voor nodig? Waarom moest Hij na Zijn vernedering verhoogd worden?

 

Liturgie DV 15 Februari, middagdienst

Psalm 95:4
Psalm 81:12
Lezen Romeinen 1:1-17
Psalm 27:2, 3, 7
Psalm 2:7
Psalm 56:5

HC 7, Een waar geloof
1. Haar noodzaak
2. Haar wezen
3. Haar inhoud

1. Waarom wordt Christus de tweede Adam genoemd? Wat is er in Christus te vinden wat niet in Adam te vinden is? Hoe wordt dat jouw deel?
2. Is er ook geloof dat niet ‘waar’ is? Met welke twee woorden wordt het ‘waar’ geloof omschreven? Wat houden die woorden in?
3. Als je heel kort de inhoud van het geloof onder woorden moet brengen, wat zeg je dan (vr/antw. 23)? Leer ze maar uit het hoofd!